Schrijf u in voor onze nieuwsbrief Sluit notificatie
Menu

Zonnepark Moerdijk en biodiversiteit

Zonnevelden Biodiversiteit

Voorbeeld meekoppelkans zon: biodiversiteit

Een zonnepark kan heel interessant zijn voor de biodiversiteit, vindt Klaas-Jan Wardenaar van landschapsontwerpbureau Smartland. “Het ligt er natuurlijk maar aan waar je het mee vergelijkt. Je moet het natuurlijk niet vergelijken met een natuurgebied. Maar vergeleken met een intensief landbouwgebied zijn er heel veel mogelijkheden voor biodiversiteit. Het waterpeil kan omhoog, je kunt zaadmengsels inzaaien, je gebruikt geen bemesting en bestrijdingsmiddelen.” Zo kan in ieder geval plaatselijk een halt worden toegeroepen aan de schrikbarende afname van insecten in het landelijk gebied. Zowel in soorten als in aantallen. Want die vormen ten slotte de basis van het ecosysteem waar weer veel vogels en vleermuizen van afhankelijk zijn.

Toen Smartland in 2018 betrokken raakte bij Zonnepark Moerdijk van Shell Sustainable Energy, zagen ze die kans en namen contact op met Naturalis om de biodiversiteit te onderzoeken. “Er was toen in Nederland nog niet zo veel bekend, maar eerder Engels onderzoek leek positief te zijn.” In het onderzoek vergeleken ze 5 verschillende zaadmengsels van plantensoorten die in de schaduw kunnen groeien, van nature in bosranden, en toch interessant zijn voor insecten. En de eerste resultaten daarvan zijn goed.

Biodiversiteit en zonne-energie gaan niet vanzelf samen, heeft Wardenaar gemerkt. “Er is natuurlijk wel een conflict met de energie-opbrengst. Het is zaak een mooi optimum te vinden tussen de hoeveelheid panelen en open terrein. Je moet kijken naar de kieren tussen panelen, de looppaden.” Het blijkt dat een zuidoriëntatie voor de biodiversiteit beter is dan een oost-westoriëntatie, die steeds vaker gebruikt wordt. In een park met oost-westpanelen kunnen de panelen heel dicht op elkaar staan, en blijft er dus weinig ruimte over voor planten en insecten. Gelukkig hebben een aantal zonnepark-ontwikkelaars en natuurorganisaties vorig jaar de ‘Gedragscode Zon op Land’ opgesteld. Hierin is een minimaal onbebouwd oppervlak van 25% afgesproken, waardoor ondanks de oost-westopstelling toch veel biodiversiteit te realiseren is.

“Je moet parken dus wel echt ontwerpen met nevendoel biodiversiteit. Daarbij houd je dan rekening met de grondstructuur en zaadmengsels.” De resultaten van het onderzoek worden in elk geval ingezet op de andere zonneparken die Shell ontwikkelt. Wardenaar denkt dat biodiversiteit ook een belangrijke drive kan zijn om gemeenten mee te krijgen in de plannen voor een zonnepark. Belangrijk, want concrete en snelle CO2-reductie is in deze klimaatcrisis zeer essentieel. En het versterkt ook nog eens het landschap. “Naast de zaadmengsels, is het heel goed mogelijk om een zonnepark te omlijsten met landschapselementen die geen plek meer hebben in de intensieve landbouw. Het gaat dus om natuur onder de panelen, én natuur langs de randen.”

> Meer informatie

> Meer koppelkansen